“De Koe”


 Wat een koe al niet kan veroorzaken….

bron Peter van;

http://www.bicat.net/archives/00001173.htm

Ik had M. vier maanden eerder, tijdens de lente, leren kennen. Ze was vlasblond en droeg een groen t-shirt waarin haar enorme borsten een forse inkijk construeerden terwijl ze vanaf de terrasstoel naar me opkeek. Twee dagen later was ik al bij haar ingetrokken en lag verzadigd op haar ronde buik en tussen die twee blanke duinen en keek in haar vreemd spottende ogen, dat groene licht waarmee ze me alles kon laten doen.

Het was intussen eind september en we waren een eindje gaan fietsen. Ze kletste voluit in haar vrolijke Brabantse accent en keek me aan met die stoute ogen waarmee ze al die tijd dat ik haar kende dezelfde grap voor me verborgen leek te houden. In gedachten was ze mijn clandestiene geuzenliefje dat vers van het boerenland me als een kloek beschermde tegen de vijand, ik weet niet of ik me nu goed uitleg. Ze droeg een kort dun blauw rokje, een wit t-shirt, sandalen en rode konen op haar wangen. Als ik af en toe een beetje achterop raakte, zag ik dat het zadel bij haar niet te zien was, weggezonken tussen haar billen. Haar benen waren mollige sierlijke ovalen. Haar zangerige stem was als een romige kaas in een landschap van gras, wilgen, sloten, vogels, paardebloemen.

Het bootje lag er nog, verscholen in het riet en ik hield haar bij een hand vast terwijl ze wiegelend en schommelend vanaf de kant in het bootje stapte. Ik volgde haar en zette met een van de riemen af van de kant. Eenmaal in de sloot, plaatste ik de riemen in de ringen en roeide langzaam weg. M. had heur lange lichtblonde haar losgemaakt en het viel als een gouden waterval langs haar lichaam, over haar borsten en haar rug tot aan haar billen, Vikingkrijgster. En die vreemde ogen die me overheersend (kunnen vrouwenogen ook keizerlijk zijn?) aankeken, tijgerin. "M., de stoute keizerin", dacht ik.
"Waarom lach je?", zei ze gebiedend.

We gleden traag via sloten en vaarten door een met struiken afgezoomd weidelandschap met riet, paarse bloemen en de geur van hooi en takken. Bramen- en vlierbesstruiken. De vaart kwam uit op een groot meer dat we overstaken en bij een door mensen verlaten weiland legden we aan. Verderop achter een hek graasden koeien, we zaten op een oud tafellaken en dronken witte wijn, aten tomaatjes en kreeftsalade. We zwommen bloot in het meer, lieten ons opdrogen, vreeen intens en elkaar van alles en nog wat in de oren toewensend en zwommen opnieuw. Ik voelde me Koekebakker die de hoge belangrijke heren ver weg weet en keek dromerig tussen mijn oogleden naar het liederlijk lome lichaam waar ik van hield, mijn blanke blote boterberg, de aangedreven wolken in de lucht en dan naar het vee aan de andere kant van het hek. Een van de koeien was naar het hek toe komen waggelen en stond met de kop over de afscheiding heen ons met de koeienblues in de ogen aan te staren. Onder haar buik hing haar volle opgeblazen uier, een enorme zak melk waarvan ik slechts de voorste twee tepels als dikke roze vingers zag wijzen…

"Ze doet me aan jou denken", zei ik en had toen al spijt. Ze begreep direct wat ik bedoelde, graaide al onze kleren bij elkaar, stapte zonder verder iets te zeggen in het bootje en zette af. Een meter vanaf de kant stond ze nog steeds bloot met een riem in haar handen en keek me toen vreemd glimlachend aan. "Dag", zei ze stout. Ze ging zitten, plaatste de riemen op hun plaats en roeide weg. Ik was al opgestaan en keek aarzelend toe. Ik besloot in het water te springen en een stuk mee te zwemmen om haar te vermurwen. Ze was intussen enkele meters verder gestopt met roeien en trok haar shirt over haar grote lijf heen naar beneden. Toen ze me aan zag komen greep ze snel naar de spanen en vergrootte opnieuw de afstand. Voor iemand die het liefst de hele dag als een luie poes op bed lag, kon ze onverwacht snel roeien. Na een tijdje gaf ik het op en zwom terug naar het weiland. Ze zou vanzelf wel terugkomen.

Het werd fris en de bewolking nam snel toe. Ik borg al de eetspullen op in een plastic tasje en wikkelde me in het oude tafellaken. Ik rende wat kleine rondjes op het weiland om warm te blijven en toen ik de koe naar me zag kijken schudde ik mijn vuist. "Jouw schuld", zei ik met wankelend goede moed. De blauwe lucht had nu geheel plaatsgemaakt voor grijze lucht waarin ruwe wolken grillig afstaken. Het bootje was nergens te zien. Ik wachtte, rillend, terwijl ik zes maal tot driehonderd telde. Ik werd een beetje boos, maar liet mezelf niet toe teveel na te denken. "Dag koe", zei ik en met een hand de plastic tas en het opgevouwen tafelkleed boven mijn hoofd houdend, stapte ik opnieuw het water in. Met een arm rustige slagen makend bewoog ik door het water. Ik schatte dat het ongeveer 7 uur moest zijn, maar het was zo donker dat ik op het verre licht van een boerderij moest navigeren.

Het meer was een zwarte massa, omgeven door schimmige schaduwen in de verte. Als het zou onweren, was het dan wel of niet gevaarlijk om te zwemmen? Toen ik zo ongeveer halverwege het meer was – het was in het donker moeilijk uit te maken – begon het te regenen, eerst nog rustig maar alras heftiger. Af en toe kon ik met mijn voeten de modderige blubberbodem raken. Ik dwong mezelf rustig te blijven en me op het boerderijlicht te blijven richten. Ik schoot zelfs even in de lach toen ik aan de mogelijkheid dacht dat iemand dat licht uit zou doen. Hoe laat gaan boeren doorgaans naar bed? Zwemmend in een donker meer, terwijl de hemel bakken water met luid geraas over je uitstort denk je aan vreemde dingen. Schuilen ratten ook tijdens de regen?

Ik bereikte opnieuw een weiland, klom rillend op het land en begon te lopen, voorlopig nog steeds in de richting van de boerderij hoewel ik uiteindelijk een andere kant op zou moeten. Verscheidene malen moest ik opnieuw het water in en twee keer gleed ik uit en belandde in onzichtbare modder, blubber, stank. Het licht van een voorbijrijdende auto, verder weg, hielp me onverwacht in het bepalen van de richting. Ik kwam aan bij een stuk geasfalteerde weg en liep in de berm in de richting van de fietsen. In het dorp verderop sloeg een torenklok half tien. Ik moest zo’n twee a drie uur rondgezwommen en gedwaald hebben.

Uit de verte zag ik een auto aankomen en schaamte dwong me languit in de berm te liggen om niet gezien te worden. Het tasje met etensspullen had ik allang ergens in een weiland achtergelaten en ik droeg het doorweekte tafelkleed om mijn doorweekte lichaam alhoewel het me geen enkele bescherming tegen de stortvloed noch de koude bood en mijn naaktheid wel bedekte maar nauwelijks verborg. Bij de plekken waar onze fietsen hadden gestaan stond alleen nog de mijne. De ketting was nog op slot en terwijl ik met de fiets in de handen nadacht over hoe het slot te breken, merkte ik dat de voor- en de achterband lek waren. Nadere studie bracht uit dat de banden waren doorgesneden. Ik gooide de fiets in de berm en deed een tijdlang niets, me niet bewust van de tijd die voorbijging. Alleen het rode waas voor mijn ogen en de gloeiende kolen en het razend oorlogsgeweld in mijn hoofd bestonden.

Ik begon te lopen. In het dorp, gelukkig was er niemand op straat, waste ik mijn haren uit onder de pomp, ik weet nog steeds niet waarom. En woest ging ik verder. Ik had twee repen van het tafelkleed gescheurd en onder mijn voeten gebonden die pijn deden van het ongeschoeid lopen, al liep ik zoveel mogelijk in bermen. Af en toe gromde ik of snauwde als een kwaadaardig beest. Schaamte bestond allang niet meer en bij de schaars passerende autos stak ik mijn duim op. Pas om kwart over één, zag ik op het dashboardklokje, kreeg ik een lift van twee jonge meisjes in een oude eend hoe ongelooflijk het ook klinkt. De meisjes waren dronken en op een vervelende manier leukdoenerig, de eend was lek en gammel en stonk naar oude kaas. Terwijl de kilometers ons voorbij gleden was ik rustiger dan ooit in mijn leven. Een rust zoals een formica tafel en het neon schreeuwlicht van een snackbar aan diggelen. We zouden wel eens zien. Bij de afslag naar de stad lieten ze me uitstappen. Ik vroeg hen niet of ze me naar huis wilden brengen want ze waren intussen over hun eerste uitgelatenheid heen en een beetje bang voor me geworden. Ik liep door eenzame natte straten en dook weg in lege portieken bij het gerucht van naderende voetstappen. Pas veel later bereikte ik de straat waar M.. Er brandde licht vanachter de gordijnen van haar slaapkamer.

Ik belde aan en na een tijdje ging de zoemer over. Hijgend liep ik de vijf trappen op en vond de voordeur open op een kier. Ik liet het natte, modderige tafellaken bij de deurmat achter, liep naar binnen, sloot de deur achter me en liep rillend naar de slaapkamer. M. lag als een lome poes op het bed een zachtgekookt ei leeg te lepelen. Heur lange haar lag los aan weerszijden van haar kogelronde gezicht tot aan haar wijdgespreide dijen gedrapeerd. Toen ze me zag, giechelde ze stout en liet de rest van het ei over het romige vlees van haar tieten leeglopen. Met een vinger spreidde ze het eigeel uit over de glimmende blanke huid waar dunne blauwe adertjes en roze tepel. Ze keek me aan. "Waar wacht je op?", zei ze zonder het uit te spreken. Opgelucht knielde ik en zette mijn mond aan haar joekelborsten. Ze was niet meer boos.

bron

http://www.bicat.net/archives/00001173.htm

Over Koeienboer Jannes

Jannes Stelling  @koeienboerjames Haule (Frl.), the Netherlands Als je goed bent voor de koe, is de koe goed voor you!!! agri koe melk kaas fryslan melkvee boer dairy farmer  www.koeienboer.tk Melkveebedrijf Stelling
Dit bericht werd geplaatst in Amusement. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s